Een paard goed longeren is een kunst, maar is tevens bijna een must om een paard ontspannen en blij te houden. Aan de longe kan het paard ontspannen voorwaarts-neerwaarts (leren) lopen zonder dat het ruitergewicht de balans verstoort.
Als het paard in een mooi voorwaarts tempo ontspant en de rug loslaat zal de hals bijna als vanzelf naar beneden zakken. Onbelast kan het paard makkelijker de buikspieren aanspannen om op deze manier het bekken te laten kantelen. Daardoor kan vervolgens het achterbeen beter onder treden, waardoor het paard zich op de juiste manier kan oprichten.
Tevens kun je het paard leniger maken (werken aan de lengtebuiging), longeren maakt het paard sterker en brengt het in de juiste conditie. Het longeren vormt zodoende een goede voorbereiding op het zadelmak maken van het jonge paard. Daarnaast leert het paard zo samen te werken met mensen en leert het alle stemhulpen kennen. Het paard kan aan de
longe wennen aan zadel en hoofdstel en in een verder stadium kan de ruiter het paard
bestijgen terwijl het aan de longe loopt, zodat het paard zowel vanaf de rug als vanaf de grond in bedwang gehouden kan worden. Longeren is effectief bij paarden met rugklachten of als voorbereiding op het werk na blessures. Daarnaast geeft longeren je de mogelijkheid het paard goed te observeren in beweging. Loopt het in balans, zuiver en beweegt het paard linksom hetzelfde als rechtsom. Longeren geeft goede aanvullende informatie op wat je als ruiter tijdens het rijden kunt voelen. Longeren doen we aan de enkele of aan de dubbele longe.


(bijgezet met touwtjes)

- Inwerking is stiller in de mond van het paard dan bij de dubbele longe.
- Niet alle paarden accepteren de (dubbele) lijn achter de achterbenen.
- Makkelijker voor de longeur (de dubbele lijn vergt behoorlijk wat handigheid)
- Als de ruiter nog niet zo handig is vervangen de touwtjes (mits goed bijgezet)
   de hulpen van de ruiterhand.

Sijgje Klop

  • LN Ellemeet
  • 06 - 20 58 3463
  • sijgklop@zeelandnet.nl